Limburg kent een echte schutterstraditie. De eerste schutterijen dateren al uit de 14de eeuw toen er nood was aan bescherming van de burgers in de steden en later ook op het platteland. Gelukkig verloren de schutterijen hun oorspronkelijke verdedigingsfunctie, maar ze hielden de traditie wel hoog. Het OLS – Oud Limburgs Schuttersfeest – dat zowel in Belgisch als Nederlands Limburg georganiseerd wordt sinds 1876, is zo het meest bekende schutterstornooi. Voor tornooien als dit oefenen de schutterijen het hele jaar door. Bij hun schietactiviteiten maken ze gebruik van loden kogels of pijlen die, als ze niet opgevangen worden, in de bodem terechtkomen. Onder impuls van gedeputeerde Frank Smeets, bevoegd voor Leefmilieu, en provincieraadslid Jo Brouns voorziet de provincie Limburg een subsidie van 245 500 euro voor de Belgisch Limburgse schutterijen voor het plaatsen van kogelvangers om de mogelijke milieu-impact van de loden kogels of pijlen te vermijden.<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Het betreft schutterijen die handboogschieten op een staande wip, buksschuttersverenigingen – die met een ca. 15 kg zware buks met zelfgemaakte kogels over een afstand van 20 m schieten naar ‘bölkes’ - en klepschuttersverenigingen – karabijnschutters die met kogels van 6 mm schieten naar een ijzeren vogel (of klep) die zich op een paal van 20 m hoogte bevindt -, die meestal aangesloten zijn bij een schuttersfederatie. De naam van de Limburgse schutterijen refereert vaak naar de dorpsheilige en begint met ‘sint’. De verdedigingsfunctie die de schutterijen destijds hadden, is verleden tijd, maar de traditie van het schieten wordt hoog gehouden. In heel wat Limburgse gemeenten ‘oefenen’ de leden van de schuttersverenigingen hun kunsten met de handboog, buks of karabijn. De kogels maken ze vaak zelf om de prijs te drukken of ze makkelijk hanteerbaar te maken. Het recupereren van de kogels of pijlen is echter niet alleen belangrijk omwille van de kostprijs. Ook de milieu-impact van ‘verloren’ kogels of pijlen mag niet onderschat worden.
Als deze niet opgevangen worden, komt een groot deel ervan in de omgeving in de bodem terecht. Door de plaatsing van zogenaamde ‘kogelvangers’ wordt dit vermeden. Onder impuls van gedeputeerde Frank Smeets en provincieraadslid Jo Brouns voorziet de provincie een subsidie van 245 500 euro om de Belgisch Limburgse schutterijen de mogelijkheid te geven om de milieu-impact van hun activiteiten te beperken door kogelvangers te plaatsen. Dit is momenteel de beste beschikbare techniek om loodvervuilng door schietactiviteiten tegen te gaan. Bovendien beperkt het gebruik van een kogel- of pijlenvanger de onveilige zone op de schietinrichting tot een gebied onder de schietboom.
Met deze forfaitaire subsidie kunnen de verenigingen dus de maatregelen treffen om zich in regel te stellen met hun milieuvergunning en stedenbouwkundige vergunning. Ze gaan tegelijkertijd het engagement aan om ook in de toekomst ‘op eigen kracht’ in orde te blijven.
Zowel boogschuttersverenigingen die handboogschieten op een staande wip, als buksschuttersverenigingen en klepschuttersverenigingen komen in aanmerking voor deze subsidie, op voorwaarde dat ze aangesloten zijn bij een schuttersfederatie. Ze moeten eveneens over een permanente openluchtschietinrichting beschikken die gelegen is op het grondgebied van de Belgische provincie Limburg.
Alle praktische informatie over doelgroep, subsidieaanvraag en opvolging vindt u op www.limburg.be/subsidies (reglement Kogelvangers selecteren).