Het verhaal achter het eerste Vlaamse drinkwaterplan

Op 4 mei 2026 keurde de Vlaamse Regering op voorstel van Vlaams minister Jo Brouns, een historisch plan goed: het allereerste Vlaamse Strategisch Plan Drinkwatervoorziening. Proper en betaalbaar drinkwater lijkt vanzelfsprekend, maar dat is het niet. Elke dag komt er in Vlaanderen schoon drinkwater uit de kraan. Toch staat die zekerheid onder druk. Door de klimaatverandering krijgen we vaker te maken met lange periodes van droogte. Als we willen dat ook onze kinderen en kleinkinderen altijd kunnen rekenen op voldoende en veilig drinkwater, dan moeten we vandaag actie ondernemen.

Dit plan is precies daarom gemaakt.

Water is kostbaar

Water is een van de belangrijkste grondstoffen die we hebben. We hebben het nodig om te drinken, om voedsel te produceren, om natuur te beschermen en om onze economie draaiende te houden. Jarenlang werd vooral ingegrepen wanneer er zich een probleem voordeed. Maar steeds meer experts, waterbedrijven en overheden kwamen tot dezelfde conclusie: we moeten niet wachten tot het misgaat. Mogelijke problemen moeten we aan de bron aanpakken. Dat is de kern van dit plan.

Voor het eerst kiest Vlaanderen voor een aanpak die het volledige systeem bekijkt: van de bron waar water wordt gewonnen tot het glas water dat bij mensen thuis uit de kraan komt.

Dat dit nodig is blijkt ook uit de concrete case van het de triazolen in West-Vlaanderen

1,2,4 – triazool al opgemerkt vorige legislatuur

In 2023 werden in enkele West-Vlaamse waterwinningen voor de eerste keer gemeten op de stof 1,2,4-triazool. Dat is een stof die kan ontstaan uit verschillende bronnen, zoals bepaalde gewasbeschermingsmiddelen, industriële processen en geneesmiddelen. Door innovatie wordt het steeds meer mogelijk om heel kleine hoeveelheden van bepaalde stoffen te meten. Uit de metingen bleek dat er sprake was van een overschrijding van de voorzorgsnorm. De Europese norm voor deze stof bedraagt immers 0,1 microgram per liter. Dat is een zeer strenge voorzorgsnorm. Ze is bedoeld om drinkwater zo zuiver mogelijk te houden.

Belangrijk is dat deze norm geen gezondheidsgrens is.

Wetenschappelijke experts bepaalden dat pas vanaf 138 microgram per liter een mogelijk gezondheidsrisico zou kunnen ontstaan. De gemeten waarden lagen daar zeer ver onder. Met andere woorden: het drinkwater bleef veilig.

Toen de stof eind 2023 aan het licht kwam, werd onmiddellijk advies gevraagd aan het Departement Zorg. Dat bevestigde dat er geen gevaar was voor de volksgezondheid. De betrokken burgemeesters werden geïnformeerd en de inwoners kregen uitleg via de communicatiekanalen van De Watergroep.

LEES HIER: Het bericht van de Watergroep (14/12/2023) Rapportering drinkwaterkwaliteit | De Watergroep

LEES HIER: Te veel pesticiden in West-Vlaams drinkwater niet opgemerkt door menselijke fout, Demir zet De Watergroep onder verscherpt toezicht | VRT NWS Nieuws

September 2024

Brouns pakt probleem onmiddelijk vast

Toen Jo Brouns op 30 september 2024 minister van Omgeving werd, maakte hij van dit dossier meteen een prioriteit.

De minister vroeg bijkomend advies aan wetenschappers, toxicologen en administraties. Daarbij stond één vraag centraal: hoe garanderen we absolute zekerheid voor de gezondheid van de bevolking én beschermen we onze drinkwaterbronnen beter voor de toekomst?

Tijdelijke maatregel en onmiddellijke acties op het terrein

De Europese regels voorzien dat als er een stof wordt vastgesteld boven de detectienorm van 0,1 microgram er een tijdelijke afwijking kan worden toegestaan, mits dit geen gevaar vormt voor de volksgezondheid. Het Vlaamse drinkwaterbesluit past dit toe en voorziet hiervoor een beslissingsperiode van 60 dagen. Indien minister Brouns geen beslissing over nam kwam de drinkwaterbevoorrading in West-Vlaanderen in het gedrang en kwamen duizenden West-Vlamingen potentieel voor lange tijd zonder drinkwater te zitten.

Op basis van de wetenschappelijke adviezen besliste de minister op 20 december 2024 om tijdelijk een afwijking toe te staan.

Daardoor mocht het drinkwater in vier West-Vlaamse productiecentra tijdelijk maximaal 1 microgram per liter 1,2,4-triazool bevatten. Ook deze tijdelijke grens lag nog altijd 138 keer lager dan de gezondheidskundige advieswaarde van 138 microgram per liter

LEES HIER: Het Ministeriële besluit waarin Jo Brouns ook onmiddellijke maatregelen oplegt om het probleem op te lossen

LEES HIER: De Vlaamse regelgeving rond drinkwater

Op zoek naar de echte oorzaken van de vervuiling

Om precies te achterhalen waar de stof 1,2,4-triazool vandaan kwam, gaf de Vlaamse overheid aan de VITO de opdracht om een onafhankelijk en wetenschappelijk onderbouwd onderzoek uit te voeren. Daarbij werd op basis van uitgebreide metingen en analyses nagegaan via welke routes de stof in onze waterlopen en uiteindelijk in de drinkwaterbronnen terechtkwam. Het onderzoek werd begin 2026 afgerond en leverde een bijzonder belangrijke conclusie op. 1,2,4-triazool bleek niet afkomstig te zijn van één enkele bron. Er was dus geen sprake van één duidelijke veroorzaker, maar van een complex probleem met meerdere oorzaken.

Uit het onderzoek bleek dat de stof via verschillende wegen in het milieu terechtkomt. Zo kan 1,2,4-triazool ontstaan als afbraakproduct van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen die in de landbouw worden gebruikt. Daarnaast kunnen ook industriële lozingen bijdragen aan de aanwezigheid van de stof in het water. Verder werd vastgesteld dat huishoudelijk afvalwater een rol speelt, net als resten van geneesmiddelen en stoffen uit ziekenhuizen die via rioolwaterzuiveringsinstallaties in onze waterlopen terechtkomen. Ten slotte wees het onderzoek erop dat ook diffuse instroom uit het buitenland een belangrijke factor kan zijn, onder meer via waterlopen die vanuit Frankrijk en Belgium Vlaanderen binnenstromen.

De conclusie van het onderzoek was dan ook duidelijk: 1,2,4-triazool is een typisch multibronprobleem. Dat betekent dat geen enkele sector alleen verantwoordelijk is en dat de oplossing niet kan bestaan uit één afzonderlijke maatregel. Omdat de stof uit verschillende bronnen afkomstig is, was ook een brede en geïntegreerde aanpak noodzakelijk. Alleen door gelijktijdig maatregelen te nemen in de landbouw, de industrie, de gezondheidszorg, de waterzuivering en via internationale samenwerking kon de aanwezigheid van deze stof in het drinkwater structureel worden teruggedrongen. Deze wetenschappelijke inzichten vormden een belangrijke basis voor het Vlaamse beleid en voor het eerste geïntegreerde drinkwaterplan, dat vertrekt van één centrale gedachte: vervuiling moet zoveel mogelijk aan de bron worden aangepakt, zodat de kwaliteit van ons drinkwater duurzaam beschermd blijft.

Bronnenonderzoek brengt duidelijkheid

Voor een tijdelijke normafwijking tot 1 µg/l voerde  de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO), in opdracht van De Watergroep en in uitvoering van hun actieplan, een bronnenonderzoek uit om de herkomst van deze verontreiniging te achterhalen. 1,2,4-triazool is een afbraakproduct (metaboliet) dat kan ontstaan uit verschillende werkzame stoffen die gebruikt worden in schimmelwerende middelen.   

De analyse van de meetgegevens van de waterproductiecentra toont grote verschillen in 1,2,4-triazool-concentraties in drinkwater.  

LEES HIER: het volledige rapport

Brouns pakt probleem structureel aan: van reageren naar voorkomen

Met de inzichten uit het onafhankelijke bronnenonderzoek van VITO beschikte Vlaanderen voor het eerst over een helder en wetenschappelijk onderbouwd beeld van de verschillende oorzaken van de verontreiniging. Daarmee werd ook duidelijk dat tijdelijke of geïsoleerde maatregelen niet zouden volstaan. Omdat stoffen zoals 1,2,4-triazool via verschillende routes in onze waterlopen en drinkwaterbronnen terechtkomen, was een fundamenteel andere aanpak nodig. Niet langer een beleid dat vooral reageert wanneer problemen zich al hebben voorgedaan, maar een structurele strategie die vervuiling zo veel mogelijk voorkomt.

Op basis van deze kennis werkte de Vlaamse regering intensief aan een geïntegreerd plan dat de drinkwatervoorziening in Vlaanderen op lange termijn moet beschermen en versterken. Daarbij werd niet alleen gekeken naar de kwaliteit van het water, maar ook naar de beschikbaarheid, de betaalbaarheid en de weerbaarheid van onze drinkwatervoorziening in een veranderend klimaat.

Op 4 mei 2026 keurde de Vlaamse Regering daarom het Strategisch Plan Drinkwatervoorziening 2026–2032 goed. Het gaat om het allereerste geïntegreerde drinkwaterplan in Vlaanderen, dat de volledige keten omvat: van de bescherming van bronnen en grondwater, over productie en distributie, tot het water dat uiteindelijk uit de kraan komt. Het plan brengt alle betrokken actoren samen en bevat een reeks concrete maatregelen om ervoor te zorgen dat Vlaanderen ook in de toekomst kan rekenen op voldoende, veilig en betaalbaar drinkwater.

Dit plan betekent een echte koerswijziging. In het verleden werd vaak pas ingegrepen wanneer er zich al problemen voordeden, bijvoorbeeld wanneer een norm werd overschreden of wanneer een waterbron tijdelijk onder druk kwam te staan. De nadruk lag dan vooral op bijkomende zuivering of noodmaatregelen om de gevolgen op te vangen. Hoewel die aanpak op korte termijn noodzakelijk kon zijn, pakte ze niet altijd de onderliggende oorzaken aan.

Met het Strategisch Plan Drinkwatervoorziening kiest Vlaanderen resoluut voor een preventieve en structurele aanpak. De centrale gedachte is eenvoudig maar fundamenteel: vervuiling moet zoveel mogelijk aan de bron worden aangepakt, zodat problemen worden voorkomen nog vóór ze de drinkwaterproductie bereiken. Dat betekent onder meer strengere lozingsvoorwaarden voor bedrijven, bijkomende beperkingen in kwetsbare drinkwatergebieden, gerichte maatregelen in de landbouw, betere monitoring, meer samenwerking met de gezondheidssector en internationale afstemming met buurlanden.

Deze nieuwe aanpak biedt belangrijke voordelen. Ze beschermt niet alleen de volksgezondheid en de kwaliteit van het drinkwater, maar helpt ook om de kosten van waterzuivering onder controle te houden. Hoe minder vervuiling in het milieu terechtkomt, hoe minder ingrijpende en dure technieken nodig zijn om water achteraf te behandelen. Zo draagt het plan er ook toe bij dat drinkwater in Vlaanderen veilig én betaalbaar blijft.

Met het Strategisch Plan Drinkwatervoorziening kiest Vlaanderen dus voor een fundamenteel andere benadering: niet langer wachten tot problemen zich stellen, maar vooruitkijken, risico’s tijdig detecteren en vervuiling aanpakken waar ze ontstaat. Van bron tot kraan wordt gewerkt aan één duidelijke doelstelling: ook voor toekomstige generaties voldoende, gezond en betaalbaar drinkwater garanderen.

Jo Brouns stelt het allereerste Strategisch Plan Drinkwatervoorziening voor.

Met deze nieuwe aanpak kiest Vlaanderen resoluut voor preventie: vervuiling aanpakken aan de bron, zodat ook in de toekomst voldoende, veilig en betaalbaar drinkwater uit onze kraan blijft stromen.

Meer dan 50 concrete maatregelen

Het Strategisch Plan Drinkwatervoorziening bevat meer dan vijftig concrete acties die de Vlaamse drinkwatervoorziening de komende jaren sterker, veiliger en toekomstbestendiger moeten maken. Het gaat om een brede en geïntegreerde aanpak die de volledige waterketen omvat: van de bescherming van onze waterbronnen tot het drinkwater dat uiteindelijk uit de kraan komt.

Een eerste belangrijke pijler is de betere bescherming van drinkwaterbronnen. Vlaanderen wil vervuiling zoveel mogelijk voorkomen door kwetsbare grondwater- en oppervlaktewatergebieden extra te beschermen. Daarnaast komen er strengere regels voor stoffen die een risico kunnen vormen voor de drinkwaterkwaliteit. Bedrijven zullen aan strengere lozingsvoorwaarden moeten voldoen en ook in andere sectoren worden bijkomende maatregelen genomen om verontreiniging aan de bron terug te dringen.

Het plan voorziet ook in een aanzienlijke uitbreiding van de monitoring. Door meer en gerichter te meten, kunnen problemen sneller worden opgespoord en kan tijdig worden ingegrepen. Tegelijk wordt fors geïnvesteerd in bijkomende productiecapaciteit, zodat de drinkwaterbedrijven ook in periodes van droogte of piekverbruik over voldoende reserves beschikken.

Een andere belangrijke pijler is circulair watergebruik. Waar mogelijk zal water meerdere keren worden gebruikt, zodat kostbaar drinkwater niet onnodig wordt ingezet voor toepassingen waarvoor alternatieve waterbronnen kunnen volstaan. Daarnaast bevat het plan tal van maatregelen om Vlaanderen beter voor te bereiden op langere en frequentere droogteperiodes als gevolg van de klimaatverandering.

Bij al deze maatregelen staat ook de betaalbaarheid centraal. Door vervuiling zoveel mogelijk aan de bron aan te pakken en slim te investeren in nieuwe infrastructuur, wil Vlaanderen vermijden dat de kosten voor extra zuivering volledig worden doorgerekend aan gezinnen. Zo moet drinkwater niet alleen veilig en voldoende beschikbaar blijven, maar ook betaalbaar voor iedereen.

Voor stoffen die bijzonder moeilijk uit water te verwijderen zijn, voorziet het plan bovendien in een geleidelijke uitfasering zodra haalbare en veilige alternatieven beschikbaar zijn. Op die manier wordt stap voor stap gewerkt aan een structurele vermindering van problematische stoffen in het milieu en aan een duurzame bescherming van onze drinkwaterbronnen op lange termijn.

LEES MEER OVER HET PLAN: Van bron tot kraan: alle acties uit het drinkwaterplan in een handig overzicht — Jo Brouns

Het eerste Vlaamse Drinkwaterplan

Met dit strategisch plan zet Vlaanderen voor het eerst een geïntegreerde koers uit om onze drinkwatervoorziening veilig te stellen.

Vorige
Vorige

Week van de Korte Keten brengt boer en burger dichter bij elkaar

Volgende
Volgende

Brouns trekt 10 miljoen euro per jaar uit voor glastuinbouwers: “Hulp bij energietransitie”