Brouns bouwt slim cameraschild: nieuwe technologie moet natuurbranden onmiddellijk detecteren

Vlaanderen wil vanaf 2027 een netwerk van slimme camera’s, artificiële intelligentie en andere detectietechnologie uitrollen om natuurbranden veel sneller op te sporen. Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (cd&v) lanceert daarvoor het concept van het slimme cameraschild: een digitaal schild dat risicovolle natuurgebieden permanent in de gaten moet kunnen houden en automatisch alarm kan slaan wanneer ergens rook ontstaat. Dit najaar worden verschillende systemen in de praktijk getest. Daarna volgt een gefaseerde uitrol over Vlaanderen.

‍“Bij een natuurbrand telt letterlijk elke minuut”, zegt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns. “Vandaag zijn we voor de eerste detectie nog te vaak afhankelijk van iemand die toevallig rook ziet en alarm slaat. Dat kan en moet slimmer. Met ons slim cameraschild willen we technologie, camera’s en artificiële intelligentie inzetten om rook binnen enkele minuten te detecteren en onze hulpdiensten sneller ter plaatse te krijgen. Hoe sneller we een brand zien, hoe groter de kans dat we hem klein kunnen houden.”

143 dagen verhoogd brandrisico

De nood aan snellere detectie neemt toe. In 2025 kende Vlaanderen gemiddeld 143 dagen met een verhoogd natuurbrandrisico. Tegelijk kunnen de gevolgen van grote natuurbranden bijzonder zwaar zijn. Alleen al het natuurherstel na de brand op het Groot Schietveld kost meer dan 4 miljoen euro.

Vandaag steunt de detectie van natuurbranden nog sterk op menselijke waarneming. Dat systeem is beperkt in tijd en moeilijk op grote schaal toe te passen. Vlaams Vuurschild moet daar verandering in brengen. ‍

AI speurt naar rookpluimen

‍ Het Agentschap voor Natuur en Bos onderzoekt verschillende technologieën die natuurgebieden automatisch kunnen bewaken. Daarbij worden onder meer slimme camerasystemen getest waarvan artificiële intelligentie de beelden analyseert en rookpluimen kan herkennen.

Ook drone-technologie wordt onderzocht. Het gaat bovendien niet alleen om het zien van rook. Vlaanderen bekijkt de volledige keten: hoe een mogelijke brand wordt geverifieerd, hoe het alarm bij de juiste diensten terechtkomt en hoe de informatie kan aansluiten op de operationele werking van brandweer en crisisdiensten. ‍

Naar 20 tot 30 systemen voor Vlaanderen

In 2026 worden de verschillende systemen getest en gevalideerd, onder meer in Noord-Limburg en op andere representatieve locaties. Vanaf 2027 moet vervolgens een gefaseerde uitrol beginnen.

ANB gaat momenteel uit van minstens 11 strategische locaties in Limburg, Antwerpen en Vlaams-Brabant, of uiteindelijk ongeveer 20 tot 30 deelzones om heel Vlaanderen af te dekken. De precieze technologie, locaties en kostprijs worden bepaald op basis van de lopende testen.‍ ‍

“Mijn ambitie is eenvoudig: waar in Vlaanderen een natuurbrand ontstaat, moeten we die zo snel mogelijk kunnen zien”, zegt Brouns. “Vlaams Vuurschild moet onze natuurgebieden niet vervangen door een technologisch fort. Technologie moet net de mensen op het terrein helpen om sneller en gerichter op te treden.”

Ook over de grens kijken

Het systeem wordt niet geïsoleerd opgebouwd. ANB werkt samen met onder meer brandweerzones, het Nationaal Crisiscentrum en Defensie. Militaire domeinen zijn daarbij belangrijk omdat verschillende grote risicogebieden zich daar bevinden.

Via het Europese samenwerkingsproject Hawkeye wordt bovendien samengewerkt met partners uit België, Nederland en Duitsland. Vlaanderen onderzoekt ook hoe waarschuwingen gekoppeld kunnen worden aan Paragon, het platform voor crisisinformatie en samenwerking.

“Een natuurbrand stopt niet aan een gemeente-, provincie- of landsgrens”, besluit Brouns. “Ons Vlaams Vuurschild moet daarom meer zijn dan een verzameling camera’s. We bouwen een slim netwerk waarin natuurbeheerders, brandweer, Defensie en crisisdiensten dezelfde informatie snel kunnen delen. Sneller zien betekent sneller ingrijpen. En sneller ingrijpen betekent minder natuur die in vlammen opgaat.”

Daarvoor sloot Vlaanderen nog maar onlangs een samenwerkingsovereenkomst af met Nederland en Duitsland Nederland, Duitsland en België bundelen in Limburg krachten tegen natuurbranden | Provincie Limburg

Maar Vlaanderen doet meer dan enkel inzetten op extra detectie

Het Agentschap voor Natuur en Bos heeft daarvoor praktische richtlijnen uitgewerkt die het risico op oncontroleerbare branden moeten minimaliseren.

Met een slimme inrichting van natuurgebieden kan dit risico al sterk ingeperkt worden. Homogene naaldbossen zijn bijvoorbeeld veel gevoeliger voor een snelle branduitbreiding dan gevarieerde bossen met meer loofbomen. Daarom zetten we de omvorming naar gemengde bossen voort waar dat mogelijk is. Loofbossen zijn niet alleen minder brandgevoelig, maar houden ook beter water vast en scoren beter op het vlak van biodiversiteit.

Hetzelfde geldt voor het herstel van de waterhuishouding. Verdroogde natuur vat sneller vuur. Door water langer vast te houden, grondwaterstanden te herstellen en gebieden opnieuw te vernatten waar dat ecologisch verantwoord is, maken we ze beter bestand tegen droogte en brand. Natte zones kunnen bovendien als natuurlijke brandbuffers werken. Ook gebieden die door bevers worden vernat, kunnen daarbij een rol spelen. Op risicovolle plaatsen verwijderen we brandbaar materiaal of zetten we begrazing in om de hoeveelheid droge vegetatie te beperken.

Ook bij beheerwerken zelf houden we rekening met het brandgevaar. ANB beschikt over een afwegingskader voor het gebruik van machines tijdens droge periodes. Als de omstandigheden te gevaarlijk worden, moeten bepaalde werkzaamheden worden aangepast of uitgesteld. Eén vonk kan op zo’n moment voldoende zijn om een grote brand te veroorzaken.

Goed natuurbeheer en brandpreventie versterken elkaar dus.

‍ ‍

Vorige
Vorige

Vlaanderen krijgt nieuw ruimteplan: meer mogelijkheden om te wonen en te ondernemen, meer NATUUR en BESCHERMING VOOR OPEN RUIMTE

Volgende
Volgende

Hoe Vlaanderen zich wapent tegen natuurbranden