De Europese landbouwministers hebben gisterenavond in de Raad een akkoord bereikt over hun positie voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) na 2027. Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns stemde samen met zijn Waalse collega, minister van Landbouw Anne-Catherine Dalcq, in met het voorstel. De inzet: een landbouwbeleid dat verjonging, investeringen en verduurzaming stimuleert, de regeldruk verlaagt en regio’s voldoende ruimte laat om een beleid op maat te voeren.
“Europa kiest hiermee voor meer vertrouwen in onze landbouwers en minder micromanagement. We willen jonge mensen kansen geven om in de landbouw te stappen, landbouwers ondersteunen om te investeren en verdere verduurzaming stimuleren. Europa moet daarvoor kansen creëren, niet telkens nieuwe regels opleggen,” zegt Brouns.
Voor Vlaanderen en Wallonië was ook de regionale aanpak essentieel. Europa legt de gemeenschappelijke doelstellingen vast, maar regio’s moeten voldoende ruimte behouden om binnen hun bevoegdheden te bepalen hoe ze die realiseren. Gezien de institutionele realiteit van België zijn de gewesten immers bevoegd. Het zou bijzonder complex zijn om slechts één Gemeenschappelijk landbouwbeleid voor België te hebben, en niet één per verantwoordelijke regio. Dat werd ook zo afgesproken.
Ambitie vereist budget
Voor Brouns staat of valt het toekomstige GLB uiteindelijk ook met voldoende Europese middelen. “Regels alleen betalen geen facturen. Als Europa jonge landbouwers wil aantrekken, investeringen wil stimuleren en verdere verduurzaming verwacht, moeten daar ook voldoende middelen tegenover staan. We kunnen niet meer verwachten van onze boeren met minder budget. Een ambitieus landbouwbeleid vereist een minstens evenveel landbouwbudget als vandaag,” aldus Brouns.
Vlaanderen blijft daarom in de onderhandelingen over het Europese meerjarenbudget aandringen op voldoende middelen voor landbouw. Voor Brouns is dat ook een strategische keuze: in tijden van geopolitieke onzekerheid en klimaatextremen is een sterke eigen voedselproductie essentieel voor de Europese voedselzekerheid.
Met het akkoord in de Europese Landbouwraad heeft de Raad nu zijn positie bepaald voor de verdere onderhandelingen over het GLB na 2027. Die worden voortgezet met het Europees Parlement en de Europese Commissie. Parallel lopen de onderhandelingen over het toekomstige Europese meerjarenbudget en dus over de middelen voor het landbouwbeleid.
Wat staat er in het akkoord?
Nieuwe structuur: de huidige twee GLB-pijlers worden samengevoegd. Landbouwsteun wordt opgenomen in één nationaal en regionaal partnerschapsplan per lidstaat, samen met andere Europese beleidsfondsen. De specifieke landbouwinstrumenten blijven behouden.
Steun gerichter naar actieve landbouwers: lidstaten moeten verplicht definiëren wie een actieve landbouwer is, met ruimte voor nationale omstandigheden. Er komt bijzondere aandacht voor jonge en kleine landbouwers.
Verplichte steun voor jonge landbouwers: lidstaten moeten hogere hectaresteun en vestigingssteun voorzien, aangevuld met een strategie voor generatiewissel en een starterspakket.
Milieu en klimaat: gemeenschappelijke voorwaarden voor landbouwsteun worden gecombineerd met stimulansen voor onder meer biodiversiteit en waterbescherming. Lidstaten krijgen flexibiliteit om rekening te houden met lokale omstandigheden.
Meer bescherming tegen risico’s en crisissen: ondersteuning voor verzekeringen en klimaatgerichte investeringen, plus de mogelijkheid om crisisbetalingen toe te kennen bij natuurrampen, extreem weer en dier- of plantenziekten.
Aandacht voor werk en platteland: lidstaten kunnen diensten die de landbouwers ondersteunen bij ziekte of zwangerschap ondersteunen. Ook plattelandsontwikkeling, landbouwtoerisme, innovatie en digitalisering blijven ondersteund.
