Groen licht voor eerste Vlaamse drinkwaterplan: Brouns pakt vervuiling bij de bron aan
De Vlaamse Regering heeft vandaag het allereerste geïntegreerde drinkwaterplan goedgekeurd. Met dit plan wordt voor het eerst een volledige strategie uitgewerkt om de kwaliteit van ons drinkwater te beschermen en de leveringszekerheid te verzekeren voor de toekomst. Van de bron tot kraan worden er maatregelen genomen. “Met dit plan pionieren we op het vlak van drinkwaterbescherming: we garanderen dat de Vlaming in de toekomst blijvend zal kunnen rekenen op gezond en betaalbaar drinkwater uit de kraan,” aldus Jo Brouns.
“Vandaag hebben we drinkwater van topkwaliteit, en dat willen we zo houden,” zegt Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns. “Met dit plan investeren we doelgericht in proper en veilig drinkwater, houden we het betaalbaar en garanderen we dat het altijd beschikbaar blijft. Dit is een keuze voor zekerheid en gezondheid. We doen het in Vlaanderen al fantastisch goed met ons drinkwater. Met deze bijkomende investeringen en inspanningen gaan we nog verder op een verstandige manier.”
Drinkwater moet niet alleen van uitstekende kwaliteit zijn: het moet ook betaalbaar blijven
Waar inspanningen vroeger versnipperd waren over verschillende sectoren, brengt Vlaanderen nu voor het eerst alles samen in één geïntegreerde strategie. Van waterwinning tot de kraan bij de mensen thuis: elke schakel wordt versterkt en beter op elkaar afgestemd.
Om te komen tot een klimaatrobuuste openbare waterbevoorrading werd een investeringsportfolio met speerpuntprojecten opgesteld waarbij ingezet wordt op brondiversificatie, verbeterde samenwerking, productie, opslag en buffering.
Voor wat betreft de betere bescherming van onze drinkwaterbronnen vertaalt het plan zich in concrete acties over alle sectoren heen:
Strengere regels voor landbouw en bedrijven in drinkwatergebied
• In de landbouw wordt sterk ingezet op het vermijden dat stoffen in het water terechtkomen. Dat begint bij het gebruik zelf: gewasbescherming moet gerichter en zorgvuldiger gebeuren. Meer dan 30 gewasbeschermingsmiddelen worden stelselmatig uitgefaseerd zodra er op teeltniveau kosteneffectieve alternatieven beschikbaar zijn. Om innovatie naar alternatieven voor PFAS-houdende pesticiden te stimuleren, mikken we op een volledige uitfasering tegen 2036 in heel Vlaanderen. Tegelijkertijd wordt sterker ingezet op het ontwikkelen en erkennen van (biologische) alternatieven. Het vullen en spoelen van spuitmachines voor gewasbeschermingsmiddelen op daarvoor ingerichte locatie wordt gestimuleerd, op termijn mag dit niet meer gebeuren op het veld. Op het terrein komen er ook bijkomende gerichte bufferstroken langs waterlopen in gebieden waar problemen met een bepaalde stof voorkomen. Tegelijk wordt landbouwers ondersteuning geboden via advies en technologie, zodat ze met minder middelen hetzelfde resultaat kunnen halen. Ook controles worden gerichter ingezet, zodat problemen sneller worden aangepakt waar ze zich voordoen.
• Voor bedrijven en industrie komt er meer duidelijkheid én strengere opvolging. Er wordt beter in kaart gebracht welke stoffen waar worden geloosd, zodat risico’s sneller zichtbaar worden. Vergunningen worden daarop afgestemd: waar er impact is op drinkwater, worden lozingsvoorwaarden aangescherpt. Er komen ook duidelijke richtwaarden voor stoffen, zodat bedrijven weten waar de grenzen liggen. Zo bieden we bedrijven die met deze problematiek worden geconfronteerd tegelijk meer rechtszekerheid. Het uitgangspunt is eenvoudig: wat een bedrijf loost, mag geen probleem vormen voor drinkwater. Ook op de bedrijventerreinen wordt het gebruik van pesticiden gereduceerd, met een totaalverbod op verharde terreinen.
• De zuivering van huishoudelijk afvalwater wordt stap voor stap aangepakt, onder meer door rioleringen te verbeteren en zuiveringsinstallaties te versterken. Bij particulieren en tuinaanemers wordt het gebruik van bepaalde producten, zoals pesticiden in de tuin, verder teruggedrongen. Want ook kleine hoeveelheden hebben samen een impact. Voor leidingnetwerk in huizen, komt er verhoogde aandacht voor oude loden leidingen en voor gebrekkige verbindingen tussen drinkwater en andere waterstromen.
Het drinkwaterplan voorziet daarnaast in een duidelijke uitfasering van stoffen die de voorbije jaren voor uitdagingen gezorgd hebben in de drinkwatervoorziening, zowel in landbouw, industrie als huishoudelijke toepassingen.
Door rekening te houden met alle mogelijke bronnen van verontreiniging, kan ook gerichter worden ingegrepen waar het probleem ontstaat. Zo combineren we maximale bescherming van de gezondheid met een aanpak die werkt in de praktijk.
Naar 0,1 microgram 1-2-4 Triazool in West-Vlaanderen
Het plan legt ook duidelijke ambities vast, zoals het verder verbeteren van de waterkwaliteit in specifieke regio’s. In West-Vlaanderen wordt bijvoorbeeld ingezet op het verder terugdringen van triazoolconcentraties naar 0.1 microgram per liter, met concrete maatregelen bij alle betrokken sectoren. Bufferstroken ten aanzien van waterlopen bij het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, verminderen van de lozing van afvalwater en betere registratie en rapportage van gebruikte stoffen in het gebied. Om de gewenste waarde te bereiken en daarvoor de nodige maatregelen verder uit te rollen op het terrein, wordt de afwijking tot 1 µg/l in drinkwater eind dit jaar verlengd tot eind 2029 in de Blankaart, Zillebeke, Dikkebus en De Gavers. Vlaanderen zal er alles aan doen om snel het gewenste doel te behalen.
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns: “Dit is een fundamentele keuze voor de toekomst van Vlaanderen. We zorgen ervoor dat elke Vlaming kan blijven rekenen op gezond en betaalbaar drinkwater, en we pakken vervuiling eindelijk aan waar ze ontstaat: aan de bron. Niet langer versnipperde maatregelen, maar één duidelijke aanpak over alle sectoren heen. We ondersteunen landbouwers, bedrijven en gezinnen om het beter te doen. Want alleen zo boeken we echte vooruitgang.”
Met dit plan kiezen we voor gezond verstand én ambitie. We beschermen de gezondheid maximaal, op basis van de beste wetenschappelijke inzichten, en we grijpen sneller in waar problemen ontstaan.
In West-Vlaanderen trekken we een duidelijke lijn: we willen en zullen zo snel als mogelijk gaan naar 0,1 microgram voor 1,2,4-Triazool.
