Lokale Blue Deals goedgekeurdMeer dan 200 partners gaan Vlaanderen beter wapenen tegen droogte en wateroverlast

Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns maakt 3,5 miljoen euro vrij voor 25 Lokale Blue Dealcoalities. Daarin werken gemeenten, landbouwers, natuurorganisaties en waterbeheerders samen aan de waterproblemen in hun streek. In totaal gaat het over meer dan 200 lokale partners. Ze moeten uitwerken waar regenwater beter in de bodem kan dringen, waar het langer kan worden vastgehouden en welke ingrepen nodig zijn aan bronnen, beken en valleien.

De coalities brengen de Blue Deal 2025–2029 naar het terrein. Met dat programma wil Vlaanderen zijn watersysteem herstellen en de gevolgen van droogte en wateroverlast beperken. De cijfers tonen waarom dat nodig is. Op 5 oktober 2026 stond het grondwater op 84 procent van de meetlocaties laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. Volgens de klimaatscenario’s van de Vlaamse Milieumaatschappij kan het aandeel landbouwgrond met significante droogtestress in een erg droog jaar toenemen van 14 naar 35 procent tegen 2050. Ook het aandeel gebouwen dat gevoelig is voor overstromingen vanuit waterlopen kan tegen dan bijna verdubbelen.

“Een landbouwer ziet waar zijn grond uitdroogt of bij een stortbui wegspoelt. Een waterbeheerder weet waar een beek onder druk komt. Met deze middelen brengen we die kennis samen. De coalities moeten afspraken maken over wat er in hun streek nodig is en wie dat kan uitvoeren. Zo kunnen we regenwater beter vasthouden en onze bodems en watervoorraden aanvullen”, zegt minister Jo Brouns.

Samenwerken over gemeentegrenzen heen

Water volgt geen gemeentegrenzen. Wat op een akker of hoger op een helling gebeurt, heeft gevolgen voor de beek, de vallei en de woningen verderop. Daarom bekijken de coalities het hele watersysteem.

Hun opdracht gaat van bodemzorg en erosiebestrijding tot infiltratie, waterberging en beekherstel. Ook waterkwaliteit en biodiversiteit krijgt aandacht. Door een snelle afstroming van hemelwater te beperken, kan bijvoorbeeld worden voorkomen dat vruchtbare grond en nutriënten in de waterlopen terechtkomen.

De maatregelen verschillen per gebied. In de kuststreek speelt verzilting een belangrijke rol. Elders gaat het om verdroogde brongebieden, erosie op landbouwgrond of beken die door dichtbebouwde buurten lopen. De partners moeten bepalen welke ingrepen het meeste bijdragen en wat die betekenen voor eigenaars en gebruikers.

Middelen voor de voorbereiding

Vijf coalities worden ondersteund als koploper. Zij ontvangen elk drie jaar lang 100.000 euro per jaar. Twintig kandidaat-koplopers krijgen elk twee jaar lang 50.000 euro per jaar. Samen gaat het om 3,5 miljoen euro.

Het geld dient om de samenwerking te organiseren, de gebiedsregie op te nemen en actieplannen voor te bereiden. Die plannen moeten aangeven waar maatregelen nodig zijn, welke voorrang krijgen en wie verantwoordelijk is. Het blijft niet bij de opmaak van nieuwe plannen. Ook voor de uitvoering van deze actieplannen worden middelen voorzien. Het reglement hiervoor wordt voorbereid tegen begin 2027. Tegen dan zullen ook de gebiedsspecifieke sponsdoelen berekend. Deze sponsdoelen maken duidelijk wat er nodig is om de regio te wapenen tegen droogte en wateroverlast.  Met deze doelen en de investeringsmiddelen kunnen de coalities vervolgens een doelgericht actieplan uitwerken.

De coalities vertrekken daarbij vanuit bestaande kennis en ervaring. Sommige partners werken al tien tot twintig jaar samen.

Grote respons uit heel Vlaanderen

De projectoproep lokte maar liefst 45 kandidaturen uit alle Vlaamse provincies. Na beoordeling door een onafhankelijke jury en een externe wetenschappelijke adviesgroep werden 25 coalities geselecteerd: vijf koplopers en twintig kandidaat-koplopers. Daarnaast wordt voor de overige gebieden bekeken hoe zij verder ondersteund kunnen worden richting een volgende oproep.

De vijf koplopers

  • Voerstreek: water opvangen vóór het de dorpen bereikt. De coalitie combineert buffers met heggen, hagen en greppels die de afstroming op hellingen vertragen. Ze bouwt voort op onder meer drie bestaande waterbuffers langs de Voer, die samen tijdelijk 30.000 m³ kunnen bergen. Omdat de beken grenzen overschrijden, werken ook Nederlandse en Waalse partners mee.

  • IJzer- en Handzamevallei: de bescherming van de vallei begint op de hoger gelegen flanken en plateaus. Daar zoeken de partners mogelijkheden om regenwater te laten infiltreren en minder snel af te voeren. In de valleien en polders komt daarnaast ruimte voor tijdelijke waterberging in beeld. Het Valleienpact verbindt die opgave met landbouw, natuur en de bescherming van bewoners.

  • Waterbatterij Brabantse Wouden: bronnen opnieuw hun natuurlijke functie geven is een concreet vertrekpunt. Een lopend traject moet vier bronzones van de riolering afkoppelen. De coalitie kijkt ook naar wateropvang in holle wegen, landbouwbodems en tuinen, die volgens de aanvraag 15 procent van het projectgebied innemen. De eerste focus ligt op IJse, Voer en Molenbeek.

  • Herk en Mombeek: op het ‘dak van de Demer’ moeten landbouwplateaus, beekvalleien en dorpen samen meer water vasthouden. De coalitie koppelt bodemverbetering, teelthagen en bufferstroken aan beekherstel en ontharding. Richting 2050 wil ze onder meer de infiltratiecapaciteit verhogen op 15.000 hectare. Aan de dorpsranden van Borgloon en Alken worden concrete kansen voor ontharding gezien.

  • Sponsland Groene Noordrand: twaalf eerdere terreinprojecten vormen de basis voor een ruimere aanpak rond Brussel. Op landbouwkouters gaat het om betere bodems, houtkanten en begroeide greppels die regenwater opvangen. Langs onder meer Maalbeek en Amelvonnesbeek moeten groene verbindingen sterker worden. Ook de werken aan de Ring bieden volgens de aanvraag mogelijkheden om buffering en infiltratie mee te ontwerpen.


De twintig kandidaat-koplopers

  • Middengebied Kleine Nete: twaalf gemeenten verbinden hun wateraanpak met die van landbouwers en natuurbeheerders. De coalitie bekijkt onder meer het verminderen van overbodige drainage, het verondiepen van grachten en het herstellen van natuurlijke beekstructuren. Een Living Lab onderzoekt agro-ecologische praktijken en de gevolgen voor landbouwbedrijven.

  • Getestreek: water op de leemplateaus laten infiltreren is ook belangrijk voor de grondwatervoorraad waaruit drinkwater wordt gewonnen. Op de flanken ligt de nadruk op tragere afstroming, in de valleien op tijdelijke berging. Ervaring uit onder meer Wissenbos en de Dormaalbeekvallei moet helpen om maatregelen elders toe te passen. Afstemming met Wallonië blijft nodig omdat de Getes er ontspringen.

  • Leibeek-Laakbeek-Weesbeek: sponswerking krijgt hier verschillende vormen. In Kortenberg worden houtsnippers uit eigen houtkanten in landbouwbodems ingewerkt om de bodemweerbaarheid te onderzoeken. In Haacht vormt grachtenbeheer met de aangelanden een aanknopingspunt; in Herent gaat het onder meer om drempels in holle wegen. De coalitie wil zulke ervaringen verbinden met de waterhuishouding van dorpen en valleien.

  • Bellebeek: er ligt al een riviercontract met 41 acties rond onder meer wateroverlast, droogte, erosie, ecologie en riolering. De coalitie moet die verder vertalen naar prioriteiten en uitvoeringsafspraken. Een kansenkaart verbindt maatregelen op de hellingen met knelpunten langs de beek en in de woonkernen verderop.

  • De Wijers: acht beekvalleien voeden meer dan duizend vijvers. Om dat landschap van water te blijven voorzien, kijkt de coalitie ook naar infiltratie op de hoger gelegen zandgronden. Beekmeanders, waterberging en peilbeheer worden samen bekeken. Ook de invloed van mijnwaterpompen op het watersysteem wordt onderzocht, met aandacht voor natuur, viskwekers, landbouw en woonkernen.

  • Sponslandschap Levende Woluwe: regen- en bronwater opnieuw een plaats geven buiten de riolering is een belangrijke opgave in deze verstedelijkte vallei. De partners zoeken kansen bij ontharding, het openleggen van waterlopen en de herontwikkeling van bedrijventerreinen. Waar het kan, worden ook vijvers als waterbuffer bekeken.

  • Velpe: meer dan vijftig bestaande stuwen bieden ervaring om op voort te bouwen. De coalitie verbindt regelbaar waterbeheer met beekbodemverhoging, meanderherstel, poelen en ontharding. Ze werkt uit welke bijkomende ingrepen bijdragen aan de langetermijndoelen voor berging en infiltratie, en welke afspraken daarvoor nodig zijn met landbouwers en eigenaars.

  • Westkustduinen–Langgeleed: onder de duinen ligt zoet water dat belangrijk is voor drinkwater, natuur en de bescherming van de polder tegen verzilting. Meer regenwater laten infiltreren moet er worden afgestemd met drainage en peilbeheer in de lagere gebieden. Ook tuinen, publieke verharding en toeristische terreinen bieden mogelijke plaatsen voor maatregelen.

  • Grote Nete en Molse Nete: de hogere zandgronden kunnen regenwater opnemen en de lagergelegen beekvalleien geleidelijk voeden. De coalitie onderzoekt infiltratie in duinen en kleine laagtes, water vasthouden in bovenlopen en aangepast grachten- en maaibeheer. Landbouwers en private eigenaars worden betrokken om die aanpak te verbinden met bestaande beekherstel- en Sigmawerking.

  • Demer en Laakvallei: lokale ingrepen moeten de grotere waterwerken in de Demervallei versterken. De partners kijken naar ontharding, infiltratie en grachtenbeheer, maar ook naar proceswaterhergebruik op bedrijventerreinen en knelpunten door overstorten nabij waardevolle natuur. Het gebiedsplan moet duidelijk maken welke maatregelen in de verschillende deelgebieden voorgaan.

  • Vondelbeek: een ondertekend actieplan en eerdere onthardings- en landschapsprojecten vormen het vertrekpunt. Naast water vasthouden krijgt afvalwaterzuivering een concrete plaats: voor Dendermonde noemt de aanvraag een collectief aanbod voor individuele waterzuivering op 26 prioritaire locaties. De coalitie moet zulke ingrepen afstemmen op de waterhuishouding van de hele beekvallei.

  • Bovenlopen Kleine Nete en Wamp: beken, grondwater en zandplassen worden als samenhangend systeem bekeken. In deelzones zoals Zwarte en Desselse Neet worden proefprojecten beoogd om maatregelen en samenwerking te testen. Stuwtjes en peilgestuurde drainage behoren tot de mogelijkheden. Onderzoek uit KlimaatPlassen moet helpen om de effecten beter te begrijpen.

  • Abeek-Itterbeek: de waterhuishouding van het Kempens Plateau en de Vlakte van Bocholt vraagt een gezamenlijke aanpak. De coalitie sluit aan bij onder meer projecten rond Abeek–Lossing, Molenbeersel en Grootbroek. Ervaring met stuwen en digitaal peilbeheer wordt benut. Met de agrovoedingsketen worden ook kansen voor proceswaterhergebruik voor irrigatie onderzocht.

  • Groot Schijn Schittert: ruimte voor water wordt gezocht op plekken met uiteenlopende functies. De kandidatuur noemt waterberging en speelnatuur in Wijnegem en ontharding in Schilde. Bij Golfclub Ternesse in Wommelgem wordt onderzocht of Groot Schijn en Rollebeek meer ruimte kunnen krijgen. Ook de voormalige Makrosite Deurne/Wijnegem wordt als mogelijke kans genoemd.

  • Scheldezand: de hogere zandgronden en de natte Scheldevallei hangen via het grondwater samen. Ontharding en infiltratie in zandige dorpskernen kunnen daarom ook van belang zijn voor gebieden zoals de Damvallei, Kalkense Meersen en Donkmeer–Berlare Broek. De coalitie verbindt die aanpak met beekprojecten, stuwen en aangepast waterbeheer in het buitengebied.

  • Vrouwvliet: water vasthouden in de brongebieden rond Begijnendijk kan ook de lagergelegen vallei en natte natuur bij Mechelen helpen. De partners bekijken infiltratie, buffering, grachtenbeheer en bodemzorg. Daarnaast worden oplossingen onderzocht voor afvalwater van geïsoleerde woningen en recreatieve verblijven. Ervaring met burgeronderzoek biedt mogelijkheden om bewoners te betrekken.

  • Zwarte Beek: het veen in de vallei heeft grondwater nodig dat ook uit het omliggende landschap komt. Daarom verbindt de coalitie natte natuur met infiltratie buiten de veenkern, betere landbouwbodems, grachtenbeheer en ontharding. Bestaande natuurinrichting en onderzoek moeten helpen om de juiste maatregelen te kiezen, samen met landbouwers en eigenaars.

  • Rubensland: een slim bufferbekken in Hombeek toont hoe water langer beschikbaar kan blijven voor landbouw. De coalitie bouwt voort op die ervaring en op CoWaLa, met aandacht voor bodemzorg, peilgestuurde drainage en alternatieve waterbronnen. Ook vijvers, slotgrachten en grote domeinen langs de Barebeek bieden aanknopingspunten om landbouw, natuur en waterberging te verbinden.

  • Mandelvallei: de landbouw en agrovoedingsindustrie zitten samen aan tafel over de waterhuishouding van de Mandel en haar zijbeken. De coalitie bekijkt slimmer watergebruik in de voedingsketen, maatregelen op landbouwpercelen en uitbreiding van vul- en spoelplaatsen. Vijf territoriale werkgroepen en een Living Lab moeten de aanpak verder uitwerken.

  • Dommel-Warmbeek: zes Noord-Limburgse gemeenten werken samen rond water dat uiteindelijk ook naar Nederland stroomt. Stuwen, buffers, infiltratie en houtkanten worden onderzocht, naast landbouwpraktijken die water en nutriënten beter op het perceel houden. De coalitie bouwt voort op het riviercontract voor de Dommel en de bestaande werking rond de Warmbeek.


Ook de andere niet-geselecteerde coalities worden geholpen

Voor de oproep werden 45 kandidaturen ingediend. Daarvan waren er 44 ontvankelijk en werden er 39 inhoudelijk geschikt bevonden. Het beschikbare budget biedt in deze ronde ruimte voor 25 coalities.

De andere geschikte coalities blijven niet zonder ondersteuning. De coalities die dat wensen kunnen ook deelnemen aan de kennisuitwisseling die wordt opgezet. Zo kunnen zij hun samenwerking voortzetten en hun gebiedsaanpak verder voorbereiden.

Een tweede oproep is voorzien in 2028. De coalities die nu uit de boot vallen, kunnen zich dan opnieuw kandidaat stellen. Dat zij nu geen procesmiddelen krijgen, betekent dus niet dat hun werk moet stilvallen.

De Vlaamse Milieumaatschappij en de Vlaamse Landmaatschappij begeleiden de geselecteerde coalities bij de verdere uitwerking van hun plannen.

Volgende stap

De geselecteerde coalities starten nu met de verdere uitwerking van hun gebiedsvisie en actieplan. In een volgende fase volgen gerichte investeringen die bijdragen aan het herstel van natuurlijke watersystemen, het verhogen van de waterbeschikbaarheid en het versterken van klimaatrobuuste landschappen.

Meer informatie

De Lokale Blue Deals maken deel uit van de Vlaamse Blue Deal en zetten in op gebiedscoalities die wateruitdagingen aanpakken op het niveau van natuurlijke stroomgebieden en valleisystemen.



 

Volgende
Volgende

Noord-Zuid Limburg zet volgende stap in de inrichting boven op de tunnels