Minister Brouns zet volgende stap voor ondergrondse CO₂-leiding tussen Opwijk en Lievegem
Bewoners, landbouwers en lokale besturen krijgen inspraak over het voorgestelde traject.
De Vlaamse Regering heeft op voorstel van Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns de startnota goedgekeurd voor een nieuwe ondergrondse leiding tussen Opwijk en Lievegem. Die leiding moet later CO₂ van industriële bedrijven naar Zeebrugge vervoeren. Van daaruit kan de CO₂ verder naar opslagplaatsen onder de Noordzee.
Met deze beslissing kan Vlaanderen nu onderzoeken waar de leiding precies kan komen, wat de gevolgen zijn voor de omgeving en hoe die gevolgen zoveel mogelijk kunnen worden beperkt. Er ligt dus nog geen definitief traject vast en er wordt nog geen leiding aangelegd.
“We zetten vandaag een belangrijke stap, maar we leggen nog niets definitief vast. We tonen welk traject we willen onderzoeken en luisteren naar bewoners, landbouwers en lokale besturen. Hun kennis van de omgeving helpt ons om betere keuzes te maken en de impact zo klein mogelijk te houden,” zegt Vlaams minister Jo Brouns.
Bijna 68 kilometer door elf gemeenten
Het traject dat Vlaanderen wil onderzoeken, is bijna 68 kilometer lang. Het loopt door elf gemeenten: Opwijk, Aalst, Lebbeke, Dendermonde, Berlare, Zele, Lokeren, Lochristi, Gent, Evergem en Lievegem.
De nieuwe leiding zou voor het grootste deel naast leidingen komen die al in de grond liggen. Op die manier moet zo weinig mogelijk nieuwe ruimte worden gebruikt. De onderzochte strook is maximaal 20 meter breed. Het voorgestelde traject loopt niet door woningen of gebouwen. Ook tuinen worden zoveel mogelijk vermeden. Van de bijna 68 kilometer loopt 59,5 kilometer door landbouwgebied. Na de aanleg wordt de grond hersteld, zodat landbouwers het terrein opnieuw kunnen gebruiken. De werken worden zo gepland dat een landbouwperceel volgens de startnota niet langer dan één teeltseizoen buiten gebruik is.
“De leiding moet onder de grond komen, maar bovengronds moeten mensen verder kunnen wonen, werken en boeren. Daarom volgen we zoveel mogelijk bestaande leidingen, vermijden we woningen en tuinen en herstellen we landbouwgronden na de werken. Zo combineren we de toekomst van onze industrie met respect voor de omgeving,” aldus Jo Brouns.
Nog twee mogelijke trajecten bij Gent en Evergem
In de buurt van North Sea Port, in Gent en Evergem, is er weinig vrije ruimte. Daarom worden daar nog twee mogelijke routes onderzocht: een noordelijke en een zuidelijke. De zuidelijke route is ongeveer twee kilometer langer. Een derde mogelijkheid via Zelzate wordt niet verder onderzocht.
Waarom is deze leiding nodig?
Niet alle fabrieken kunnen hun productie volledig laten draaien op elektriciteit. Bij sommige industriële processen blijft CO₂ vrijkomen. Die CO₂ kan worden afgevangen en via een leiding worden vervoerd naar plaatsen waar de CO₂ veilig kan worden opgeslagen.
Fluxys c-grid onderzoekt daarom een groter netwerk tussen Duitsland en Zeebrugge. De verbinding tussen Opwijk en Lievegem is daarin vandaag nog een ontbrekend stuk. Met de goedgekeurde startnota zet Vlaanderen de eerste formele stap om die ontbrekende schakel weg te werken.
“Als we onze industrie hier willen houden en tegelijk de uitstoot willen verminderen, hebben bedrijven ook de juiste infrastructuur nodig. Deze verbinding kan helpen om afgevangen CO₂ weg te brengen. Zo geven we onze bedrijven, hun werknemers en hun gezinnen meer zekerheid voor de toekomst,” zegt Jo Brouns.
Bewoners en landbouwers kunnen reageren
Nu de startnota is goedgekeurd, organiseert Vlaanderen een publieke raadpleging. Dat betekent dat iedereen het voorstel kan bekijken, vragen kan stellen en opmerkingen kan geven.
Eigenaars en gebruikers van gronden die mogelijk langs het traject liggen, worden rechtstreeks geïnformeerd. Er komen ook momenten in de betrokken gemeenten waarop mensen meer uitleg krijgen en kunnen reageren. Alle reacties en adviezen worden bekeken voordat het traject verder wordt uitgewerkt. Ook de gevolgen voor mens en milieu worden nog onderzocht. Pas daarna kan Vlaanderen verdere keuzes maken.
“Mensen die langs het mogelijke traject wonen of werken, kennen hun omgeving het best. Daarom willen we niet alleen uitleg geven, maar vooral luisteren. Het traject ligt nog niet definitief vast. De inspraak kan dus echt helpen om het plan beter te maken,” besluit Jo Brouns.
