Vlaanderen wil de bedrijventerreinen langs het Albertkanaal in Beringen en Tessenderlo-Ham grondig herbekijken. Het plan ‘Poort West-Limburg’ onderzoekt waar bedrijven kunnen groeien, hoe het verkeer beter kan worden georganiseerd en hoe woonbuurten en natuur beter kunnen worden beschermd. Ongeveer 60 hectare bijkomende bedrijfsruimte wordt onderzocht. Inwoners krijgen de kans om mee te spreken.
BERINGEN/TESSENDERLO-HAM — Hoe kunnen bedrijven in West-Limburg verder ontwikkelen zonder dat de druk op woonbuurten, wegen en natuur te groot wordt? Op die vraag moet het nieuwe ruimtelijke plan ‘Poort West-Limburg’ een antwoord geven. Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns kreeg groen licht voor de startnota door de Vlaamse Regering.
“Voor Limburg zijn sterke bedrijven en een aangename woonomgeving allebei belangrijk. Met Poort West-Limburg willen we bedrijven ruimte geven om te ondernemen en tegelijk zorgen voor een betere bereikbaarheid, meer groen en voldoende ruimte voor water. We onderzoeken zorgvuldig wat waar mogelijk is. Daarom betrekken we ook de mensen die hier wonen en werken bij de verdere uitwerking”, aldus Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns.
Het gaat om de ruime omgeving van de bedrijventerreinen Ravenshout, Genenbos en Ravenshout-Noord, nabij het Albertkanaal en de E313. De bedoeling is om de verschillende terreinen en hun omgeving als één samenhangend gebied te bekijken. Daarbij komen bedrijfsruimte, verkeer, veiligheid, wonen, natuur, water en energie samen aan bod.
De startnota is de eerste stap naar een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan, afgekort GRUP. Dat is een plan waarmee Vlaanderen vastlegt welke activiteiten op welke plaatsen mogelijk zijn. Een goedkeuring van de startnota geeft het startsein voor verder onderzoek en inspraak. De precieze bestemmingen en voorschriften worden pas later vastgelegd.
Bestaande bedrijventerreinen beter benutten
Poort West-Limburg is een uitgestrekt bedrijvengebied dat al lang in gebruik is. Door opeenvolgende ontwikkelingen ontbreekt op verschillende plaatsen de samenhang. Ook de beschikbare ruimte kan beter worden benut.
Het toekomstplan moet bestaande bedrijven meer mogelijkheden geven om zich te reorganiseren of uit te breiden. Daarnaast wordt bekeken waar plaats kan komen voor nieuwe ondernemingen en voor bedrijven die een andere vestigingsplaats nodig hebben.
De ligging aan het Albertkanaal is daarbij een belangrijke troef. Bedrijven die goederen via het water aan- en afvoeren, krijgen bijzondere aandacht. Zo wil het plan de economische mogelijkheden van het kanaal beter benutten.
Voor de regio draait het om ruimte voor ondernemen en de toekomst van de bedrijventerreinen als werkplek. De documenten leggen nog geen aantallen bijkomende jobs of concrete investeringsbedragen vast.
Ongeveer 60 hectare extra bedrijfsruimte in onderzoek
Aan de randen van het bestaande bedrijvengebied zijn vijf zones aangeduid waar bijkomende bedrijvigheid wordt onderzocht. Samen gaat het om ongeveer 64,5 hectare mogelijke bedrijfsruimte, inclusief buffers en wegenis.
De zones liggen ter hoogte van de Paalsesteenweg, ten zuiden van de Kolenhaven in Beringen en ten westen van de Olmsesteenweg, in de omgeving van Neusenberg en de Zeventig Zillenweg.
Het gaat om zoekzones: gebieden waarvan de mogelijkheden en gevolgen nog onderzocht moeten worden. De oppervlakte die uiteindelijk voor bedrijven wordt bestemd, kan dus nog veranderen. Onder meer de bereikbaarheid, de aanwezige natuur, het waterbeheer en de gevolgen voor omwonenden zullen mee bepalen wat mogelijk is.
Ook het slibbekken van Tessenderlo Group in Ham krijgt aandacht. Dat terrein is ongeveer 55 hectare groot en heeft al een bedrijfsbestemming. Het biedt volgens de startnota mogelijkheden voor bedrijven die het kanaal gebruiken. Voor een ontwikkeling is eerst sanering nodig. Ook de toegang tot het terrein moet verder worden onderzocht.
Toekomst van woningen vraagt afzonderlijk onderzoek
Voor inwoners in en rond het industriegebied is de leefbaarheid een belangrijk onderdeel van het plan. Op sommige plaatsen staan woningen dicht bij bedrijfsactiviteiten of routes voor zwaar verkeer. De startnota wijst op bestaande problemen met onder meer geluid, licht en vrachtwagens.
Verder onderzoek moet duidelijk maken waar wonen en bedrijvigheid met elkaar te verzoenen zijn en welke maatregelen daarvoor nodig zijn. Metingen en onderzoek naar geluid en luchtkwaliteit moeten die afweging onderbouwen.
Dat betekent ook dat de toekomstmogelijkheden van alle betrokken woonzones vandaag nog niet vastliggen. Het plan zal daar in een volgende fase uitspraken over doen.
Aan verschillende randen van het bedrijventerrein worden bijkomende of sterkere groenbuffers onderzocht. Die moeten zorgen voor een betere overgang tussen bedrijven, woningen en natuur. Ter hoogte van de Hoevenbeemdenvliet, tussen het industrieterrein en de woonwijk Tervant, is het uitgangspunt om de bestaande groenbuffer minstens te behouden en te onderzoeken hoe de natuurlijke functies kunnen worden versterkt.
De eerdere beslissing om Tervant niet als bedrijventerrein te ontwikkelen, blijft behouden.
Veiligheid bepaalt mee waar ontwikkeling mogelijk is
Een belangrijke aanleiding voor het toekomstplan zijn de vergunningsproblemen en veiligheidsvragen rond bedrijven in het gebied. Daarbij gaat bijzondere aandacht naar de bestaande Sevesobedrijven, waaronder Borealis Polymers en Primagaz. Dat zijn bedrijven waarvoor bijzondere veiligheidsregels gelden vanwege de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen.
Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden bekeken wat die betekenen voor de veiligheid in de omgeving. Daarbij speelt ook mee hoeveel mensen op een bepaalde plaats wonen of werken.
De ligging en de aard van nieuwe activiteiten kunnen daarom niet los worden gezien van de bestaande bedrijven. Het plan moet helpen om daar meer samenhang en duidelijkheid in te brengen.
Meer vervoer via kanaal en spoor, betere verbindingen op de weg
Meer bedrijvigheid kan extra verkeer veroorzaken. De startnota erkent dat de druk op bestaande wegen en kruispunten kan toenemen. Daarom wordt onderzocht welke aanpassingen nodig zijn om het gebied bereikbaar te houden. Onder meer de Industrieweg, Havenlaan en de verbinding via de N73 en Zeventig Zillenweg spelen daarin een rol. Ook de toegang tot mogelijke nieuwe bedrijfszones en het slibbekken in Ham wordt bekeken. Tegelijk wil het plan meer mogelijkheden creëren voor goederenvervoer via het Albertkanaal en de bestaande goederenspoorlijn L218. Ook fietsverbindingen, fietsvoorzieningen en het openbaar vervoer krijgen aandacht.
Het plan voorziet daarnaast in onderzoek naar het opheffen van de reservatiestrook voor de omleidingsweg N73 tussen de E313 en de N72. Dat is een strook die op het gewestplan is vrijgehouden voor die weg. De mogelijke opheffing wordt gekoppeld aan onderzoek naar een betere verkeersafwikkeling in en rond het bedrijvengebied. Welke wegen en kruispunten precies worden aangepast, moet uit het verdere onderzoek blijken.
Meer ruimte voor water en groen
Het toekomstplan kijkt ook naar de manier waarop het bedrijventerrein omgaat met hevige regen, droogte en natuur. De valleien van de Grote Laak, Grote Beek/Winterbeek en Hoevenbeemdenvliet vormen belangrijke natuurlijke verbindingen door het gebied. Het uitgangspunt is om de bestaande open ruimte daar maximaal te behouden en waar mogelijk te versterken, in samenhang met de economische ontwikkeling.
Concreet worden mogelijkheden onderzocht om regenwater beter op te vangen, te laten infiltreren en opnieuw te gebruiken. Ook het wegnemen van overbodige verharding, bijkomende aanplantingen en meer ruimte voor waterlopen maken deel uit van het onderzoek.
Omdat mogelijke bedrijfsuitbreidingen ook landbouw- en natuurgrond raken, bekijkt het plan waar elders bouwmogelijkheden kunnen verdwijnen ten voordele van open ruimte. Daarvoor worden onder meer woonreservegebieden onderzocht waarvan de ontwikkeling niet langer nodig of wenselijk wordt geacht. Ook omzettingen van industriegebied naar natuur of bos maken deel uit van de voorstellen.
Welke gronden uiteindelijk van bestemming veranderen, wordt tijdens het verdere planproces bepaald.
Onderzoek naar gezamenlijke energievoorzieningen
Naast verkeer en water is energie een afzonderlijk onderdeel van het toekomstplan. Er loopt onderzoek naar de haalbaarheid van een energiehub: een samenwerking waarbij bedrijven energievoorzieningen beter op elkaar kunnen afstemmen.
Daarbij wordt bekeken welke duurzame energieoplossingen en gezamenlijke voorzieningen in het gebied mogelijk zijn en welke ruimte daarvoor nodig is. De resultaten moeten mee richting geven aan de verdere uitwerking van het plan.
Inwoners kunnen reageren vanaf 17 november
Volgens de huidige planning loopt de publieke raadpleging over de startnota van 17 november 2026 tot en met 14 januari 2027. Tijdens die periode kan iedereen reageren op de doelstellingen van het plan en aangeven wat volgens hem of haar verder onderzocht moet worden.
Een informatiemarkt is voorzien op donderdag 3 december 2026, doorlopend van 17 tot 20 uur, in Buurthuis De Kardijk, Burgemeester Heymansplein 14 in Beringen. Bezoekers kunnen er toelichting krijgen bij de plannen.
Daarnaast voorziet de procesnota afzonderlijke infomomenten op uitnodiging voor betrokken bewoners, landbouwers, natuurverenigingen en bedrijven.
De documenten en verdere informatie worden volgens de procesnota beschikbaar gesteld via de projectpagina van het Departement Omgeving.
Definitief plan verwacht tegen eind 2028
Na de eerste inspraakronde worden de reacties en adviezen verwerkt en wordt bepaald hoe het verdere onderzoek wordt aangepakt. Vervolgens worden het ruimtelijke plan en de onderzoeken naar de gevolgen voor mens en milieu uitgewerkt.
Later volgt nog een openbaar onderzoek over het ontwerpplan. Ook dan kunnen inwoners opmerkingen en bezwaren indienen.
Volgens de huidige planning wordt een definitieve vaststelling door de Vlaamse Regering verwacht tegen eind 2028. Tot dan worden de voorstellen verder onderzocht en kunnen ze nog worden bijgestuurd.
