Brouns wil meer leven op Vlaamse akkers
Vlaams minister van Omgeving en Landbouw Jo Brouns ondersteunt een nieuw project van Hogeschool PXL rond akkerbiodiversiteit. Het project wil landbouwers, onderzoekers en beleidsmakers samenbrengen om de natuur op en rond akkers opnieuw meer kansen te geven.
Een nieuw project van Hogeschool PXL brengt landbouwers, onderzoekers, natuurkenners en beleidsmakers samen om de biodiversiteit op en rond Vlaamse akkers te versterken en typische soorten van het akkerlandschap opnieuw meer kansen te geven.
Er is ook reden om daar extra op in te zetten. De biodiversiteit in landbouwgebied staat al langer onder druk. Typische soorten van het akkerlandschap vinden steeds moeilijker voedsel, beschutting en geschikte leefgebieden.
Natuurherstel op akkers lukt alleen als de maatregelen ook haalbaar zijn voor landbouwers. Met het LIFE Cricetus-project ondersteunt Europa Hogeschool PXL en verschillende projectpartners om gezamenlijk te zoeken naar innovatieve oplossingen die goed zijn voor de akkernatuur, maar ook haalbaar blijven voor landbouwers. Vanuit Vlaanderen zetten we met deze cofinanciering mee de schouders onder dit project.
Hogeschool PXL en verschillende projectpartners willen met het LIFE Cricetus-project zoeken naar innovatieve oplossingen die goed zijn voor de akkernatuur, maar die ook haalbaar blijven voor landbouwers.
Als Vlaamse overheid zetten we met deze cofinanciering mee de schouders onder het project. De bedoeling is om landbouwers, onderzoekers en beleidsmakers samen te brengen om de natuur op en rond akkers opnieuw meer kansen te geven.
“Meer natuur op onze akkers kan alleen lukken als we dat samen met landbouwers doen”, zegt Vlaams minister Jo Brouns. “Zij beheren elke dag het landschap. Daarom moeten maatregelen niet alleen goed zijn voor akkervogels, bestuivers en andere soorten, maar ook passen binnen een werkbaar landbouwbedrijf.”
Samen met landbouwers wordt onderzocht welke teelttechnieken en beheersmaatregelen kunnen helpen om het leefgebied van akkerdieren te verbeteren.
Tegelijk komen er demonstratiebedrijven waar nieuwe praktijken worden getest en verfijnd. Zo kan in de praktijk worden bekeken wat werkt, wat betaalbaar is en wat landbouwers op grotere schaal kunnen toepassen.
Een belangrijk uitgangspunt is dat het project niet alleen naar één soort kijkt, maar naar het bredere landbouwlandschap. De maatregelen kunnen ook positief zijn voor akkervogels, bestuivers, bodembiodiversiteit, erosiebestrijding en klimaatadaptatie.
Rond het project wordt sterk ingezet op kennisdeling. Er komt een fysiek en digitaal leernetwerk waar landbouwers ervaringen kunnen uitwisselen en nieuwe praktijken kunnen leren kennen. Ook wordt bekeken hoe landbouwers zich kunnen organiseren in samenwerkingen of coöperaties rond akkerbiodiversiteit.
“Veel landbouwers willen wel stappen zetten, maar dan moeten ze weten welke maatregelen zinvol zijn en hoe ze die kunnen inpassen in hun bedrijf”, zegt Brouns. “Met dit project brengen we kennis, praktijkervaring en ondersteuning samen. Zo maken we natuurherstel concreet op het terrein.”
Het project is een samenwerking tussen Vlaanderen, Nederland en Duitsland. De bedoeling is om kennis en ervaringen over de grenzen heen te delen. Het project loopt tot 2032.
“De toekomst van ons landbouwlandschap ligt niet in het tegenover elkaar zetten van landbouw en natuur”, besluit Brouns. “We moeten net zoeken naar oplossingen waarbij beide sterker worden. Meer biodiversiteit op onze akkers is goed voor de natuur, maar ook voor een veerkrachtige landbouw.”
"Wij willen dat wat thuishoort in het akkerlandschap opnieuw verankerd zien in de grond, op de bodem en in de lucht. Via een bottom-up aanpak met belangrijke stakeholders in binnen- en buitenland zetten we ons hier de komende zes jaar maximaal voor in,” zegt Dr. Sarah Descamps, PXL-onderzoekshoofd Bio-Research.
